|
HANS RIKKEN |
Voorgaande Palagonia lezingen 2004-2005Villa PalagoniaUitnodiging voor het bijwonen van een lezing van Jeanne van Heeswijk28 november 2004 14.00 uur tot 15.30 uur Emaus 44 B, 3135 JC Vlaardingen
Jeanne van Heeswijk Kunst en leven hebben geen verbintenis is altijd een onwaarheid ' ... Was het niet ons heimelijk verlangen dat kunst iets meer zou kunnen betekenen voor het leven. De stelling van Fermat fascineert mij. Hij beweerde in 1637 dat x tot de macht n + y tot de macht n = z tot de macht n waarbij n groter is dan 3 altijd een onwaarheid is. Bij 2 is het immers de stelling van Pythagoras. Men is 4 eeuwen bezig geweest deze onwaarheid te bewijzen. Binnen de serie lezingen van Stichting Palagonia: Hoe kunst weer een plaats te geven binnen de samenleving zal Jeanne van Heeswijk een verhaal houden over hou zij de afgelopen 12 jaar middels projecten geprobeerd heeft deze onwaarheid te bewijzen. Kunst en leven hebben geen verbintenis. ik wou dat we een eeuw de tijd hadden ...' Uit Real Stories from Life, Room with a view, Jeanne van Heeswijk 1997.
Jeanne van Heeswijk (Schijndel, 1965) studeerde beeldende kunst aan de Jan van Eyck Academie, Maastricht (1988-1990) en kunsteducatie aan de Academie voor Beeldende Vorming, Tilburg (1983-1988) Haar projecten kenmerken zich door sociale betrokkenheid. Haar doel is het stimuleren en ontwikkelen van culturele productie en het scheppen van nieuwe publieke (ontmoetings-) ruimtes of het daartoe vervormen van bestaande ruimten. Vaak werkt ze daarbij intensief samen met kunstenaars, vormgevers, architecten, software ontwikkelaars, overheden en buurtbewoners.
Joseph Beuys (Basel 1985): <<But this isn't interesting at all. Hell we're not art historians>>. <<... In those dust man I saw something which filthy artists don't have because artists are mostly opportunists, they're a real bunch of buggers, let me say it! Artists are the most reactionary class. Fundamentally, classes no longer exist, but artists are so reactionary that they almost once form a class .... I noted that the dustmen were greater poets than many contemporary poets>>. <<Duchamp notwithstanding, Mondrian notwithstanding, and Picasso notwithstanding, we had the Second World War. And if we are prepared to tolerate, that in our proximity to others, other such catastrophes can still happen, then certainly let's talk about art. But now it doesn't interest me. One can talk about sculpture, if one is a teacher, in order to explain to students the criteria of quality. But we must talk about a future interpretation of culture which has to be born from art. Because it can no longer be born from another stratum of society. It can't be born from the driving forces of the economy and not even from right because there money finds itself in a condition of absolute injustice: It's anarchical for the person who makes profit from it because he can obtain everything at the expense of the others. And if production doesn't function, then you start a war, you make weapons. It's always a good deal. If we wand things to continue in this way then we can talk about sculpture>>. (Joseph Beuys, Basel, 28-29 oktober 1985.) Villa PalagoniaUitnodiging voor het bijwonen van een lezing van Arjen Mulder30 januari 2005 14.00 uur tot 15.30 uur Emaus 44 B, 3135 JC Vlaardingen
Arjen Mulder De lezing zal gaan over interactieve kunstwerken in alle mij bekende schalen: van kleine, niet-elektronische werken via digitale werken waarin de gebruikers door een database navigeren, tot grote installaties waarin systeem en gebruiker elkaar wederzijds beïnvloeden, tot publieke werken waarin grote groepen gebruikers het systeem veranderen en omgekeerd. Arjen Mulder (1955) is bioloog en essayist. Hij doceerde mediatheorie op onder meer de Film en Televisie Academie te Amsterdam, het Frank Mohr instituut te Groningen, de St. Joost Academie in Breda en het HISK te Antwerpen. Hij publiceerde vier essaybundels, waaronder Het fotografisch genoegen (2000) , Levende systemen: reis naar het einde van het informatie tijdperk (2002) en Over mediatheorie: taal, geluid, gedrag (2004) Samen met Maaike Post schreef hij het veel geprezen Boek over de elektronische kunst (2000). Hij is medewerker van V2-instituut voor instabiele media en redacteur van De Gids. Interactieve kunstIs interactieve kunst een vorm die mensen meer betrekt bij kunst? Meer dan de "traditionele" kunstvormen. Is interactieve kunst een vorm die makkelijker toegankelijk is en dus een groter publiek bereikt dan de "traditionele” kunst. Is er een kans dat je verandert door de omgang met interactieve kunst? Of is interactieve kunst een rituele handeling om de kunst op afstand te houden. Om het apél om mee te doen, om aangesloten te zijn, op afstand te houden. Wat is er actief in interactieve kunst? Robert PfallerBinnen onze samenleving komen individuen steeds meer onder druk te staan om "autonoom", "dynamisch" en "flexibel" te zijn, om constant nieuwe keuzes te maken en nieuwe oriëntaties te vinden voor hun professionele carrière, omdat de maatschappij steeds minder verantwoordelijkheid wenst te dragen voor het bieden van een stabiele carrière waarbinnen zij hun specifieke talent kunnen ontwikkelen. Deze verschuiving van objectieve, maatschappelijke verantwoordelijkheid naar subjectieve keuze impliceert ook een reductie van maatschappij naar gemeenschap. De publieke politiek ruimte wordt steeds meer te niet gedaan, in het voordeel van de extreme hype van de in feite ridicule mogelijkheden van communicatie tussen individuen via het internet. Maatschappij wordt gekenmerkt door kritische afstand, gemeenschap is wat er overblijft als deze objectieve ruimte is vernietigd, het staat geen kritische afstand toe. De roep om te participeren moet daarom begrepen worden als een strategie om de onmogelijke kritische afstand terug te simuleren. Niet alleen interactieve kunstwerken halen winst uit dit verlies van kritische afstand waar zij hun publiek mee opzadelen. We zouden niet moeten vergeten dat interactiviteit, in het bijzonder, een sleutel begrip is in dictatoriale en reactionaire politieke systemen. De politiek van de Nazi's, bijvoorbeeld, was bijzonder interactief: het gaf mensen allerlei mogelijkheden om te participeren, bijvoorbeeld, door hun buren vrienden en bekenden aan te geven omdat ze joden, communisten of homofielen waren. Het zelfde kan men zien in minder totalitaire - maar wel zeer rechtse systemen: Het eerste interactieve televisie programma in de Duits sprekend wereld was "Aktezeichen XY" - een programma waarin onopgeloste misdrijven door de politie aan het publiek werden gepresenteerd en waarbij het publiek werd uitgenodigd om hun observaties en informatie door te bellen over mogelijke verdachten. Het denkbeeld van interactiviteit, blijkt totaal misleidend te zijn ten op zichte van werken van die aard.Deze werken zijn totaal onbegrepen als ze geïnterpreteerd worden als "interactief" ( gebaseerd op het gegeven dat zij van de waarnemer activiteiten verlangen als het invullen van vragenlijsten etc.): Het cruciale moment van deze werken ligt niet bij het laten participeren van waarnemers maar, in tegendeel, in hen vragen in het geheel niet te consumeren (of het nu gaat om kunstwerken of andere goederen). Villa PalagoniaUitnodiging voor het bijwonen van een lezing van Q.S.Serafijn27 februari 2005 14.00 uur tot 15.30 uur Emaus 44 B, 3135 JC Vlaardingen Q.S.Serafijn Elke nieuwe ontwikkeling levert nieuwe metaforen op. Laat ons zeggen dat beeldend kunstenaars zowel de software leverden (inhoud) als de hardware (vorm). Wat mij nu interesseert is of ik die twee grootheden kan loskoppelen. M.a.w. is het mogelijk om als beeldend kunstenaar louter de software aan te leveren en de hardware in de handen te laten van (andere) experts? M.a.w. wat is de expertise van de beeldende kunst als software waard, waar en wanneer kan ik die inzetten en is die werkwijze zinvol genoeg?
Dat betekent dat je de kunst het 'delay' (de vertraging die de avantgarde aankleeft, geheel in tegenspraak met haar connotatie) ontneemt. Dat betekent dat je de 'erfgenamen van het delay' - de instituten - tijdelijk passeert. Dat betekent een ander en-gage-ment. Andere economieën. Andere identiteiten. Andere transacties. Andere samenwerkingen, andere verhoudingen. Dat betekent: nieuwe proefopstellingen die zich niet verhouden tot het kunsthistorisch verleden. (…)
Tussen de verdisneyfying (popularisering) van de kunstwereld en het voormalige avant-gardistische denken (elitarisme) ligt - als we de institutionele schizofrenie niet afdekken met platitudes - een vitaliserende staalkaart aan mogelijkheden wat betreft de positiebepaling en de rol van de beeldende kunst. De expertise die de beeldende kunst opbouwde, moet opnieuw getoetst.
‘En het beeld?’ zal je vragen. ‘Hoe staat het met het beeld?’ Het beeld is alles. Alles is het beeld.
Wat beeld betreft wil ik als afsluiting iets van de D-toren in Doetinchem laten zien. (Wat de D-toren is, hoe het tot stand kwam, en twee korte filmpjes.)
Villa PalagoniaUitnodiging voor het bijwonen van een lezing van Wim Nijenhuis3 april 2005 14.00 uur tot 15.30 uur Emaus 44 B, 3135 JC Vlaardingen Wim Nijenhuis (1948), Stedenbouwkundig ingenieur, publicist, geschiedenis en cultuurkritiek. Hij is (mede)auteur van de boeken Meten en Regelen aan de Stad (1981), Machinaties (1981), ‘Een schoone stad’, in: De Kop van Zuid (1982), De Muur (Rotterdam 1984), Eating Brazil (Rotterdam 1999), Een wolk van duister weten, Geschriften over stedenbouwgeschiedenis (Eindhoven /Tue 2003), De schaduw van het ongedachte (Rotterdam; Episode 2005) Over stedenbouwkunde en architectuur publiceerde hij in o.a. Archis, De Architect, Stedenbouw & Ruimtelijke Ordening, Assemblage en Architectural Design en over cultuurhistorische en filosofische onderwerpen en kunst in o.a.: Het Andere Cinema, Mediametic en in de verzamelbundels Wetware (1991), Actiones in Distans (1991), Bio-Tech (1992), Chloroform (1993) Djihad (1995), ‘L Europe à Grande Vitesse (1996) en Tastenderwijs (2004). Hij organiseerde symposia in binnen en buitenland en nam deel aan diverse radio-uitzendingen.
Palagonia lezing, 3 april 2005. Theorie is constructie”, Paul Virilio.
HET RADICALE DENKEN IN HET TIJDPERK VAN DE INTERACTIVITEIT EN DE MARKETING.
Interactiviteit en marketing vormen vandaag de regel van de informatie, de vrije handel en de wereldmarkt. Ze zijn wat volgt op de algemene dwang tot interconnectie, het contact van alles met alles.
Kortgeleden zag ik op televisie hoe een griezelfilm verklaard werd met de volgende uitspraak: ‘In de wereld van de marketing is alleen de voorstelling werkelijk, d.w.z. wat zich afspeelt in de hoofden van de mensen. De rest is illusie.’
Deze uitspraak geeft aan waar de interactiviteit en de marketing het op gemunt hebben, wanneer we aan hun wil tot contact voorbij gaan, nl. de moord op de werkelijkheid. Maar de ‘moord op de werkelijkheid’ door de interactiviteit en de cybernetische marketingtechnieken, die tegenwoordig zo populair zijn in de wereld van de kunst, maar die in laatste instantie allemaal komen uit de koker van het militair industriële complex, dwingt ons ook ons nader af te vragen wat die werkelijkheid dan wel is en hoe wij ons tot haar kunnen verhouden. Hier komen enkele aspecten in het vizier van mijn project als HoogstraatMaker, waar ik geexperimenteerd heb met elementen van het radicale denken. Het radicale denken zoekt geen relatie met de werkelijkheid, die het opvat als een concept. Het streeft naar de gebeurtenis in het domein van het denken zelf…als dat al zou kunnen.
Dit is van belang in verband met de discussie over een aantal interactieve en sociale kunstprojecten, waarvan Anna Tilroe onlangs in de NRC beweerde, dat ze gericht zijn op de werkelijkheid. Zij vindt dit een stap vooruit ten opzichte van het hypertheoretische kunstdiscours van een aan het museum en het grote geld verslingerde jet set, die volgens Tilroe eindeloos rondtolt in haar eigen Sloterdijkse bel. Wanneer we ons echter diepgaand afvragen wat marketing en de interactiviteit impliciet beogen, dan mogen we betwijfelen of ze ooit in staat zijn om contact met de werkelijkheid te maken.
Interactiviteit is een techniek. Ze dient om processen van overgang en transformatie soepel te laten verlopen. Als techniek is ze onzichtbaar, we zien haar alleen als ze hapert. Dit werpt een bijzonder licht op alles wat in staat is om te interrumperen, een obstakel te vormen, of een ongeval te forceren.
Aan de hand van passages uit mijn nieuwe boek: ‘De Schaduw van het ongedachte’ en vroegere studies zoals mijn proefschrift: ‘Een Wolk van Duister Weten’ en ‘Machinaties’ wil ik samen met het publiek het spoor van de werkelijkheid volgen in een wereld die dankzij de interconnectiviteit, de interactiviteit en de snelheid van de overdrachttechnieken in groot tempo steeds kleiner wordt. Ook hier in Vlaardingen, waar ze de toch al fatale integrerende werking van de ‘politiek’ versterkt tot voorbij het houdbare.
Het is zaak onze lichtgelovigheid in te ruilen voor een diep wantrouwen en ongeloof, maar dit pleidooi voor het einde van de vroomheid betekent niet het einde van de sympathie. Tot de dag van vandaag heb ik de Hoogstraat, die zo te lijden heeft gehad onder de verminkingen van de moderniteit, diep in mijn hart gedragen met een oneindig medelijden. Lezingen 2004-2005 als PDF bestand
|
|
All images copyright© 2008 Hans Rikken All Rights Reserved web page designed and managed by OttSoft
|